Ingrediënten

Voor 4 personen

  • 2 grote spareribs
  • 4 grote aardappelen
  • Een scheut olijfolie
  • Grof zeezout

Voor de marinade

  • 1 el straffe mosterd uit het Leuvense
  • 1 el kandijsiroop
  • 1 el Limburgse stroop
  • 3 el sojasaus
  • 1 tl geraspte gember
  • 1 geraspt teentje look
  • 1 tl arachideolie
  • Een flinke scheut ciderazijn
  • Een fijngesneden rode chilipeper voor wie meer pit wil
  •  

Voor de coleslaw

  • 1/4 witte kool
  • 2 grote wortelen
  • 125 g sluimererwten
  • 3/4 appel (jonagold)
  • 2 el mayonaise
  • 2 el Griekse yoghurt
  • 1 el straffe mosterd uit het Leuvense
  • Een handvol peterselie fijn gesneden
  • Een beetje citroensap
  • Een scheutje ciderazijn

Bereiding

Voeg alle ingrediënten voor de marinade samen (proef of er balans is tussen zoet, zuur en zout) en marineer hierin de spareribs gedurende minstens een half uur, maar enkele uren of een ganse nacht is beter.  Je kan deze in porties van 3 ribben snijden, wat het makkelijker maakt om ze in een schaal of zak te krijgen.  Dek af en zet in de koelkast.  Haal de kom een half uur voor het bereiden eruit om het geheel wat op kamertemperatuur te laten komen. Grill ze langzaam, liefst onder deksel, aan niet te hoge temperatuur.

Snijd de appel en alle groenten voor de coleslaw in julienne en doe ze in een kom.  Sprenkel hier wat citroensap over om verkleuring van de appel te voorkomen.  Voeg alle andere ingrediënten samen en kruid met peper en zout.  Meng ongeveer de helft hiervan onder de groenten totdat deze allemaal net bedekt zijn.  Zet afgedekt in de koelkast.
De rest van de dressing van de coleslaw kan achteraf gebruikt worden als sausje bij de gepofte aardappel.

Was de aardappelen heel goed. Kook de aardappelen 10 minuten in de schil. Droog ze grondig af.  Prik met een vork een tiental keer in elke aardappel, besprenkel ze met wat olijfolie en bestrooi met grof zeezout. Wikkel de aardappelen in wat alluminiumfolie en gaar ze op de grill of rechtstreeks in de houtskool tot ze volledig gaar zijn.

o
<
>