Ontdek de resultaten van de vlaaien rondetafel.

Meer dan 450 jaar geleden, in 1559, legde Pieter Bruegel de Oude de laatste hand aan zijn meesterwerk ‘Nederlandse Spreekwoorden’. Dit schilderij beeldt 85 spreekwoorden af, waaronder ook: ‘Daar zijn de daken met vlaaien bedekt’. Ook verschillende tijdgenoten van Bruegel vereeuwigden het streekproduct op doek, zoals Pieter Aertsen op zijn werk ‘De Vleesstal’. 

Eind maart bogen zes vlaaienkenners en geschiedkundigen zich tijdens een rondetafelgesprek voor het eerst over dit vraagstuk. In de weken nadien bestudeerden ze naast de werken van Bruegel en zijn tijdgenoten ook 16e en 17e eeuwse kookboeken en recepten, documenten en stukken uit het archief van Bakkerijmuseum Walter Plaetinck Zuidgasthuishoeve. 

De vlaai van toen

Zowel de schilderwerken van Bruegel en ‘De Vleesstal’ van Aertsen tonen bleke en donkere vlaaien. “Oude recepten bevestigen dat er een duidelijk verschil was”, vertelt Jo Van Caenegem, Projectverantwoordelijke Steunpunt Streekproducten. “Donkere vlaaien worden net zoals de bleke sinds de 16e eeuw bereid met eieren, kaneel, zoetstof en gebakken in de oven of tussen twee schotels. Maar ze kregen hun donkere kleur door de toevoeging van extra kruiden, peperkoek, siroop en zelfs gestoofde appels.”

De smaak van nu

Dankzij dit onderscheid kon Streekproduct.be de link leggen met de vlaaien van vandaag. De bleke vlaai zoals Bruegel ze afbeeldde krijgen zoetebekken wereldwijd nog steeds op hun bord, alleen kennen we deze bereiding nu meer als flan. Iedereen heeft wel al eens geproefd van de wereldberoemde Portugese pasteis de nata of de Spaanse crema catalana. Ook in België is flan nog steeds een typisch dessertgerecht.

De donkere vlaai daarentegen kent wel enkele typisch Vlaamse varianten, meer bepaald in Oost-Vlaanderen, Limburg en in en rond Lier. Het gaat natuurlijk om de Oost-Vlaamse vlaai, het Liers vlaaike en de Limburgse bakkemoezevlaai. Elk van deze donkere vlaaien hebben hun link met de oude afbeeldingen en recepten.

“De Oost-Vlaamse vlaai leunt het dichtst aan bij de oude recepten doordat ze gebonden wordt met eieren, gedroogde mastellen, beschuiten of peperkoek en gezoet wordt met stroop. De vlaai heeft echter nooit een korst zoals Bruegel ze afbeeldde”, vertelt Jo. “De fijne krokante korst van de Lierse vlaai daarentegen lijkt sterk op die van Bruegel en de oudste versie van het Liers vlaaike zou een donkere gedroogde pruimenvlaai zijn. Die werd in de 19de eeuw pas verfijnd tot de versie van vandaag met broodkruimels, 4-kruidenmengeling, melk en siroop. Ten slotte heeft ook de Limburgse bakkemoezevlaai een link met Bruegel. De vlaai bedekt met een moes van gedroogde peren heeft een bleke korst en kan vergeleken worden met de vlaaien met appelmoes. Bij de bakkemoezevlaai ontbreken echter kruiden en eieren en wordt er een gistdeeg gebruikt, daar was er in de tijd van Bruegel nog geen sprake van.”

Verder lokaal onderzoek

Tijdens het rondetafelgesprek groeiden dan ook twee uiteenlopende meningen over welke vlaaien Bruegel nu net afbeeldde. “Voor de ene groep was het overduidelijk dat we moeten kijken naar de Oost-Vlaamse vlaaien. De andere groep was overtuigd dat de Limburgse vlaai het dichtst in de buurt komt”, vertelt Jo van Caenegem. “Iedereen is er echter eens te meer van overtuigd dat de vlaaien deel uitmaken van ons Vlaams culinair erfgoed. In elke regio heeft de vlaai zijn eigen uniek verhaal en karakter. Wat het juiste recept is van de vlaaien van Bruegel weten we dus nog niet, maar ik denk dat we een goede basis hebben gelegd voor verder onderzoek.” Streekproduct.be roept dan ook lokale erfgoedcellen op om zelf op onderzoek uit te gaan en meer lokale archieven te consulteren.