Beenhouwerij Vangramberen
Beenhouwerij Vangramberen uit Vertrijk, Boutersem, kiest ook voor traditie. Dankzij hen kennen we nog de uitzure, beter bekend als de fameuze Vertrijkse sla, en de West-Hagelandse zwarte pensen.
Herman Vangramberen startte in 1979 samen met Margriet een kleine beenhouwerij in Vertrijke, Boutersem. Herman rijgt de prijzen aan elkaar en de beenhouwerij groeit uit tot een echt familiebedrijf. Samen met de dochters Katrien en Griet wordt er in 2010 geïnvesteerd in een volledig nieuwe beenhouwerij met een super uitgerust atelier. Hier worden de Vertrijkse sla en de West-Hagelandse zwarte pensen nog volgens traditie gemaakt.
Interview
Beenhouwerij Vangramberen: een familiezaak met een hart voor Hagelandse tradities
West-Hagelandse zwarte pensen volgens het recept van bomma en Vertrijkse sla waarin elk stukje rundvlees telt. Bij Beenhouwerij Vangramberen in Boutersem hebben beide specialiteiten hun vaste plek in de toonbank. Katrien Vangramberen vertelt hoe deze erkende streekproducten verweven zijn met de geschiedenis van haar familie en de streek.
Het recept van bomma
Toen Katriens ouders in 1979 met de beenhouwerij begonnen, vroegen mensen uit de omgeving of ze ook de zwarte pensen van haar grootmoeder zouden maken. Die vielen er duidelijk in de smaak. Katriens grootmoeder uit Meensel maakte ze thuis op de boerderij, wanneer er een varken werd geslacht.
Maar hoe zet je zo’n familierecept op papier? Op de vraag hoe ze haar pensen maakte, antwoordde bomma eenvoudig: “Ik doe dat maar gewoon.” Die eenvoudige, pure smaak bleek precies de kracht van het recept. Aan het traditionele recept werd niets gewijzigd. De zwarte pensen vallen nog altijd even goed in de smaak bij de klanten van Vangramberen.
“Zwarte pensen verschillen van streek tot streek. Ieder huishouden had vroeger zijn eigen recept. In de ene streek voegen ze ajuin toe, in de andere bijvoorbeeld suiker”, vertelt Katrien. Bij Vangramberen houden ze erg puur, met peper en zout als enige smaakmakers.
Op die manier gaat alle aandacht naar de kwaliteit van het vlees. De beenhouwerij werkt met vaste boeren uit de streek en verwerkt zelf de dieren. “Dat zorgt voor een constante kwaliteit en smaak”, zegt Katrien.
Van snijlingen tot Vertrijkse sla
Diezelfde aandacht voor het vlees vind je terug in de Vertrijkse sla, de eigen versie van Hagelandse uiterzure. Deze traditionele bereiding ontstond uit de gewoonte om zo veel mogelijk van het geslachte dier te benutten. Vlees werd met azijn en andere ingrediënten verwerkt tot een gerecht dat koud werd gegeten. Elke familie of vereniging had haar eigen recept. Bij Vangramberen is het nog steeds een van hun best verkopende producten, een salade die bij jong en oud in de smaak valt.
“Wij kopen nog altijd hele runderen die we zelf uitbenen. Daar heb je altijd snijlingen van: kleine stukjes vlees”, legt Katrien uit. Die stukjes vormen de basis van de salade. Ze garen een hele nacht langzaam in een bouillon met verse groenten en kruiden. Daarna komen er tomaat, ui, peterselie, peper en zout bij, samen met een lichte dressing en wat azijn.
Het resultaat is een frisse vleessalade die haar naam dankt aan Vertrijk, de deelgemeente van Boutersem waar de beenhouwerij gevestigd is.
Meestal belandt de Vertrijkse sla op een boterham of toastje. Maar je kunt er ook een tomaat mee vullen en die met frietjes serveren. Toen Jeroen Meus die combinatie in Dagelijkse kost liet zien, merkte de familie dat meteen in de winkel. Ook een restaurant uit de omgeving nam het gerecht op de zomerkaart.
Van generatie op generatie
Voor Katrien spelen beenhouwers een belangrijke rol in het doorgeven van traditionele recepten. Volgens haar blijven klanten bewust op zoek naar kwaliteit en smaken uit hun eigen streek. Bij Vangramberen kozen ze daarom al bij de start voor streekgebonden producten en recepten. “Het is uiteindelijk altijd de klant die beslist wat er in de toonbank ligt”, zegt ze. Dat de zwarte pensen en Vertrijkse sla zo geliefd blijven, geeft de familie alle reden om die tradities verder te zetten.
Vandaag werkt de derde generatie in de beenhouwerij. Ook aan de andere kant van de toonbank keren vertrouwde gezichten terug. “We hebben klanten die hier als kind met hun grootouders kwamen”, vertelt Katrien. “Dat wordt gewoon doorgegeven, van generatie op generatie. Dat is wel plezant.”