Traditionele boerenvlaai

Vroeger waren er heel wat boerenfamilies en die hadden allemaal hun eigen oven om brood en vlaai in te bakken. Jack graaft terug in de geschiedenis: “Meestal werd er op vrijdag gebakken en daarna werden in de nog warme oven peren gelegd om te drogen. Na een viertal weken kropen de jongste en kleinste telgen van de familie in de oven om de peren eruit te halen. Er werd de kinderen ingefluisterd dit al fluitend te doen om de peren lekker te houden. Zo vermeden de boeren dat de kleine spruiten al van het zoete fruit zouden snoepen.”

Aangezien de gedroogde peren heel lang bewaard konden worden, kon deze traditionele vlaai nog gemaakt worden als al het andere fruit al op of slecht was. De peren werden geweekt en gekookt met een beetje suiker en kaneel. “De natuurlijke suikers in de peren zijn zo sterk dat er niet veel suiker toegevoegd moest worden. Vroeger maakten de boeren het deeg en de vulling zelf en brachten dat naar de bakker om de vlaai daar te laten bakken. De naam van de vlaai gaat ook al erg lang mee en komt uit het dialect. De verschrompelde peren lijken sterk op gebakken muizen. In de volksmond werd dat ‘bakkemoeze’”, grinnikt Jack. 

Honderden kilo’s peren

Oorspronkelijk gebruikte iedereen Bergamotperen voor de bakkemoezevlaai. Die zijn vandaag de dag nergens meer voorhanden, maar bakker Jack gebruikt nu Verdiperen van een perenhandelaar uit de streek van Sint-Truiden. “De Verdipeer bevat weinig vocht en dat is erg bepalend voor de smaak van de vlaai. Hoe minder vocht, hoe beter de peer uitdroogt en hoe zoeter hij wordt. We noemen ze dan ook wel ‘suikerpeerkes’. Ik heb nu meer dan 700 kg aan de kant laten leggen. Zo hebben we genoeg voor het hele jaar”, vertelt Jack enthousiast. 

Geliefd bij jong en oud

De bakkemoezevlaai is een zeer oud en traditioneel gebak. Toch wordt het vandaag ook door de jongere generaties gesmaakt. “Mensen die bezoek hebben van buiten de streek zetten graag de vlaai op tafel en ook tijdens lokale volksfeesten smult jong en oud samen van de vlaai”, aldus Jack. “Het feit dat de vlaai een lange traditie kent, interesseert de mensen enorm en ze willen ons erfgoed ook buiten de streek naam laten maken. Bakkemoezevlaai brengt de mensen gezellig bij elkaar. En wanneer mensen hun vlaai komen kopen, halen ze lang vervlogen herinneringen op. Dat vinden we in de bakkerij fantastisch.” 

Bakker Jack was de laatste die ons ontving voor onze zoektocht naar de link tussen Bruegel en de vlaai. Op 14 mei maken we de resultaten van ons onderzoek bekend tijdens het eindevenement van ‘Aan tafel met Bruegel: de vlaai van toen, de smaak van nu’. Is de vlaai die Bruegel meer dan 450 jaar geleden vastlegde op doek de vlaai die we nu nog steeds op ons bord krijgen? En welke huidige vlaai is dat dan precies? Blijf ons volgen op Facebook en Instagram om niets van de onthullingen te missen.