Ingrediënten

Voor 2 personen

  • 1 kg ongepelde Vlaamse grijze garnalen
  • 4 echte vroege Mechelse bloemkoolroosjes

Voor de garnalensaus:

  • olijfolie
  • 3 teentjes look
  • tijm
  • laurier
  • 2 wortelen in blokjes gesneden
  • 1 ui in blokjes gesneden
  • 3 takken witte selder
  • 1 el tomatenpuree
  • 1 el bloem
  • 2 dl droge witte wijn
  • een scheutje cognac
  •  

Voor het omelet:

  • 4 eieren
  • een scheutje room
  • een scheutje melk
  • peper & zout
  • hoeveboter
  •  

Voor de waterkersolie:

  • 1 bot waterkers
  • 1 eetlepel olijfolie

Bereiding

Pel de garnalen, bewaar de garnaalschalen.
Stoof de fijngesneden groenten met de look, tijm en laurier in hete olijfolie. Voeg de garnaalschalen toe  en laat meestoven. Meng de tomatenpuree eronder en bestrooi met bloem, blus met cognac en witte wijn. Bevochtig met water tot alles net onderstaat, warm goed op en laat zachtjes sudderen. Schuim regelmatig af. Zeef na ongeveer 40 min. en laat eventueel nog wat inkoken.

Breng water aan de kook en blancheer de waterkers. Giet af en koel meteen in ijswater. Knijp al het vocht uit de waterkers en mix fijn samen met olijfolie. Giet door een koffiefilter om een groene olie te bekomen.

Kook de bloemkoolroosjes krokant gaar. Houd warm.

Klop de eieren los met de melk, room en peper en zout. Warm wat hoeveboter in een kleine pan en bak kleine omeletjes zonder te laten zonder kleuren.

Plaats het omeletje op het bord, schik er een roosje tegen en gepelde garnalen erop.
Werk af met garnalensaus, groene olie en een blaadje waterkers.

o
<
>