Ingrediënten

Focaccia:

  • 260 g bloem
  • 1 afgestreken theelepel fijn zeezout
  • 10 g verse gist verkruimeld
  • 175 ml oude geuze, verwarmd tot lichaamstemperatuur
  • 3 eetlepels hazelnootolie (+ extra voor de bakplaat)
  •  

Topping:

  • 2 stronken Brabants grondwitloof, in de lengte middendoor gesneden
  • klontje boter
  • 50 g gepelde hazelnoten
  • 10 kleine salieblaadjes
  • 100 gr Vlaamse gedroogde hesp, in fijne blokjes gesneden
  • 1 eetlepel grof zeezout
  • 2 eetlepels hazelnootolie
  •  

Bereiding

Meng de bloem met het zout in een kom.
Roer in een voorverwarmd kommetjes de gist los in ¾  van de geuze en laat 5 minuten rusten. 
Maak een kuiltje in het midden van de bloem en giet er het gist/geuze mengsel in. Giet er eveneens de hazelnootolie en de resterende geuze bij en begin te kneden tot een het deeg mooi elastisch en glad is.
Doe het deeg in een ingevette kom, dek af en laat gedurende een half uur rijzen op een tochtvrije plaats.

Vet een bakplaat in met hazelnootolie.

Kneed het deeg opnieuw even door, rol het met een deegrol uit tot 1cm dikte en leg het op de bakplaat. Laat het deeg opnieuw een halfuurtje afgedekt rijzen.
Verwarm ondertussen de oven voor op 200°C. Smelt een klontje boter in een pan en stoof de witloofkwartjes over een zacht vuurtje gedurende 5 minuten. Laat afkoelen.
Duw met je vinger kuiltjes in het deeg en verdeel er het witloof, salie, hazelnoten, en gedroogde hesp over. Strooi er het grof zeezout over en besprenkel met de hazelnootolie. Laat nog 10 minuten rusten en bak dan gedurende 20 à 25 minuten.

Serveer recht uit de oven of op kamertemperatuur met een oude geuze!

o
<
>