Ingrediënten

Voor 20 broodjes

  • 1 eetlepel kandijsiroop
  • 15 g verse gist
  • 120 ml water, 40°C
  • 350 g tarwebloem 82%
  • 100 g Limburgse boekweitbloem
  • 50 g boekweitvlokken
  • 2 afgestreken theelepels zout
  • 170 ml Mechels donkerrood bier, op kamertemperatuur

Bereidingswijze

Roer de gist en de kandijsiroop los in het warme water en laat gedurende 10 minuten rusten. Meng in een grote kom beide bloemsoorten samen met het zout en boekweitvlokken. Giet er het bier en het gistmengsel bij en kneed, op een met bloem bestoven werkblad, gedurende 10 minuten tot een zacht deeg. Voeg een beetje extra bloem toe indien nodig. 
 Leg het deeg in een met olie ingesmeerde kom en dek af. Laat gedurende 1 uur rijzen op een warme en tochtvrije plaats tot het deeg in volume verdubbeld is. 
 Kneed het deeg opnieuw even door en verdeel het deeg in 20 gelijke delen. Rol elk stukje deeg tot een balletje en leg op een met bloem bestoven bakplaat. Dek af en laat opnieuw gedurende 1 uur rijzen op een warme en tochtvrije plaats. 
 Verwarm de oven voor op 220°C . Strooi wat bloem over de broodjes en bak ze gedurende 15 à 20 minuten. Laat de broodjes afkoelen op een rooster.  

o
<
>

Streekproducten in dit recept