Pittig erfgoed: de Torhoutse mosterd van Wostyn
Al meer dan 150 jaar staat de familie Wostyn in voor een traditie waar menig mosterdliefhebber warm van wordt. In het West-Vlaamse Torhout maken ze mosterd zoals dat nergens anders gebeurt: met donkere zaden, veel geduld en een stevige scheut doorzettingsvermogen. De familie Wostyn zet er generatie na generatie in op pure kwaliteit, traditionele methodes en een uitgesproken smaak. Een verhaal van vakmanschap, lokale verankering en internationale bekendheid.
In het pittoreske Torhout ligt een pareltje verscholen dat al generaties lang een vaste waarde is in het Vlaamse culinaire landschap: Mosterdmakerij Wostyn. Sinds 1869 - en volgens sommige stadsarchieven zelfs al sinds 1802 - wordt hier mosterd gemaakt op ambachtelijke wijze. Geen industriële snelweg, maar een traag en ambachtelijk proces, gebaseerd op traditie en liefde voor het product.
“In het stadsarchief vonden we bewijzen dat er hier al in het begin van de 19e eeuw mosterd werd gemaakt,” vertelt de huidige zaakvoerder. “Toen hadden mensen vaak meerdere stielen. Mijn voorouders waren tegelijk bakker, caféhouder én mosterdmaker. Maar het is die mosterd die is blijven plakken.” Vandaag wordt de mosterd nog steeds in familieverband gemaakt, met dezelfde toewijding als toen.
Een mosterd die tijd krijgt
Wat maakt de mosterd van Wostyn zo bijzonder? Dat begint al bij het zaad. Hier geen witte mosterdzaden zoals bij de meeste producenten, maar 100% donker zaad - bitterder, krachtiger en zeldzamer. En sinds kort wordt er, waar mogelijk, ook samengewerkt met Belgische landbouwers voor de aanvoer van lokaal mosterdzaad.
“Het gehele proces van zaad tot mosterd duurt vijf dagen. Die tijd laat de enzymen hun werk doen. Dat maakt onze mosterd niet alleen pittig, maar ook gezonder.” De productie verloopt nog helemaal ambachtelijk. Van het manueel zuiveren van de zaden, tot het droog breken (om de olie te behouden), het mengen met enkel azijn, water en zout, en daarna het fijnmalen. Het resultaat: een mosterd met diepgang, scherpte en een rijke textuur. “Geen bewaarmiddelen. Geen kleurstoffen. Gewoon échte mosterd.”
In de winkel van Wostyn kun je niet alleen een traditioneel potje kopen, maar ook je eigen bokaal laten bijvullen aan het tapkraantje. “Klanten komen met hun eigen potjes, en dat wordt hier afgewogen. Ecologisch én gezellig.” Wie liever grootschalig inslaat, vindt er ook grote potten, zo ook stenen potten tot 5 kilo - met handgedraaide deksels en een charmante blauwe opdruk.
Ook topchefs zijn fan - en Torhoutenaren trots
De mosterd van Wostyn vindt vlot zijn weg naar Vlaamse keukens, maar ook naar culinaire hotspots ver buiten onze landsgrenzen. Een driesterren-chef in Roeselare is al jaren overtuigd fan, net zoals tal van restaurants in Nederland, Denemarken, Spanje, Canada en zelfs Zuid-Afrika. Via gespecialiseerde distributeurs en webshopbestellingen belandt het pittige potje op de tafel bij foodies over heel de wereld.
Die internationale erkenning is geen toeval. Ze is het gevolg van een compromisloze trouw aan het ambacht en een onwankelbaar geloof in het product. “We hebben al meermaals voorstellen gekregen om het bedrijf over te laten aan grote industriële spelers,” vertelt de zaakvoerder. “Maar dat doen we niet. Dan verdwijnt de ziel van het product - en dat is het ons niet waard.”
Ook de inwoners van Torhout dragen hun mosterdmerk met zichtbare trots. “Mensen die op reis zijn in het buitenland en plots een potje Wostyn-mosterd in een winkel ontdekken, sturen ons vaak een foto,” glimlacht hij. “Ze zijn oprecht fier dat zo’n ambachtelijk product uit hún stad wereldwijd erkenning krijgt. En als ze zelf op bezoek gaan bij vrienden of familie, gaat er steevast een potje mee in de reiskoffer. Een smakelijk stukje thuis, verpakt in glas of steen.”
Een museum vol mosterdliefde
Naast de productie en winkel vind je in Torhout ook het Mosterdmuseum, ontstaan uit een persoonlijke verzameling die steeds verder uitdijde. “We kregen collecties van verzamelaars die hun passie wilden doorgeven. Vandaag tellen we zo’n 1200 unieke potjes, mosterdmolens, en curiosa.” Elk jaar zakken meer dan 10.000 bezoekers af naar dit museum - een ware ode aan mosterd.
De toekomst? In goeie handen
De zoon van de zaakvoerder werkt inmiddels mee in het bedrijf. En ook de dochter toont interesse. “We zijn met veel enthousiasme bezig aan de volgende generatie. En nee - we gaan niet voor massa of snelheid. Ons motto blijft: eerst het product, dan de rest.”