Hop en hopscheuten uit Asse-Aalst
Vlaanderen was tot begin 19de eeuw de hoptuin van Europa. Reeds in de 16de eeuw exporteerden we hop naar Frankrijk, Engeland, Duitsland en Nederland. Het verval begon met Napoleon en in 1929 zien we in een landbouwtelling nog slechts 2 Vlaamse regio’s met hopteelt, Poperinge en Asse-Aalst, en beetje teelt in Henegouwen.
Hop in Asse - Aalst
Op de kaart met de landbouwtelling uit 1929 zien we Asse als centrum van een ruim hopteeltgebied tussen Dender en Zenne. Het gebied rijkt tot aan Brussel, en stopt bij de provincie grenzen van Antwerpen en Henegouwen. Hoewel de productie lager lag dan in Poperinge en omstreken, getuigen toch heel wat plaatsnamen naar het hop erfgoed in de streek.
Zowel de hop als de hopscheuten van de leden aan de Orde van de Groene Bel worden erkend als traditioneel streekproduct. De Orde is actief in de emeenten Asse, Opwijk, Meldert, Dilbeek, Steenhuffel, Grimbergen en Affligem.
Hoppekeesten in de keuken van de abdij Affligem
Het keukenboek “Den volmaecten Cocke” van de abdij van Affligem, uit het einde van de 17de en begin 18de eeuw, bevat 2 recepten voor “hopkeesten”. Deze hopkeesten kwamen rechtstreeks uit de ”abdijlochting”.
In "Chorographia Sacra Brabantiae", een boek met een historische-geografische beschrijving van het Hertogdom Brabant (Antonius Sanderus1659) beeldt de graveur de abdij van Affligem af midden tuinen en boomgaarden af. We ontdekken 2 hopvelden in de onmiddellijke nabijheid van de abdij, hier zien we het hopveld onderaan rechts van de gravure..
Oude lokale hoprassen
De vzw en coöperatieve van hopboeren werd opgericht om de teelt in de streek te behouden. Zij kiezen hoofdzakelijk voor de traditionele lokale rassen met een duidelijke band met de bodem en de streek.
Groene Bel was van oudsher een streekhop die voorkwam in de regio. De Coigneau hop ‘werd ontdekt’ in Teralfene, het werd een belangrijk ras voor de lambiekbieren door het lage gehalte aan alfazuren, zij bepalen de bitterheid van de hop. Omstreeks 1900 kwam daar Hallertau MF bij, ontwikkelt op de abdij van Affligem uit geïmporteerde hopplanten uit Hallertau. In 1967 werd in Sint-Ulriks-Kapelle nabij Asse de ‘Record’ ontwikkeld als een kruising tussen Saaz en Northern Brewer en erkend als nieuwe streekhop.
Naast deze oude rassen werd het gamma uitgebreid met wat Engelse en andere Europese hopvariëteiten zoals Kent Golding, Target, Saaz, Nugget etc. Maar dit is een minderheid.
De hopteelt en oogst
Hop is een vasteplant waarvan de wortels in maart beginnen uit te groeien tot hopranken. De hopranken worden opgeleid langs een klimdraad. Begin juli staan die ranken 6 à 7m hoog en beginnen dan ook in de breedte te groeien. Op deze "scheersranken" groeien de hopbloemen of bellen komen. De hopbellen zijn rijp begin september en worden dan geoogst : eerst worden de ranken losgemaakt en naar de hopschuur gebracht. De bellen worden niet meer manueel geplukt, nu heeft men hiervoor een plukmachine. Deze hopbellen worden onmiddellijk 4 à 6 uur gedroogd op een ast aan 60°C. Deze gedroogde hopbellen worden dan meestal in pellets geperst en vacuum verpakt. Zo worden ze dan verkocht aan de brouwerijen.