Ingrediënten

Voor 40 bonbons

  • 2 à 3 goudrenetten, geschild en in blokjes gesneden
  • 1 theelepel zeer fijn gehakte salieblaadjes
  • 20 cm Limburgse bloedworst, in plakjes van 1 cm gesneden
  • ongeveer 15 vellen filodeeg, ontdooid en in repen van 9 cm x 16 cm gesneden
  • 4 eetlepels Vlaamse hoeveboter, gesmolten
  •  

Bereiding

Verwarm de oven voor op 180°C.
Kook de appels gaar met een paar lepels water en de salie.  Laat afkoelen.
Snij elk plakje bloedworst in twee.
Strijk een reepje filodeeg in met de gesmolten boter. Lag er een tweede reepje bovenop. Doe in het midden een plakje bloedworst en leg er een theelepel appel bovenop. Vouw het deeg in de lengte over de bloedworst en draai beide zijkanten dicht zoals een bonbonpapiertje. Strijk de bovenkant van de bonbon in met boter.
Leg de bonbons op een met bakpapier beklede ovenplaat en bak ze goudbruin.
Haal uit de oven en serveer heet, warm of op kamertemperatuur.

o
<
>

Streekproducten in dit recept