In de 18de en 19de eeuw werden ze zowel gebruikt voor werk op het land als voor de melk- en vleesproductie. Het ras werd van oudsher gehouden in de provincies Brabant, Henegouwen en Namen. Ze werden er vooral gekweekt op de betere gronden waar voldoende voer aanwezig was zoals voederbieten, bietenbladeren, hooi en granen. Rond 1900 werd het ras opgesplitst naar dikbilkoeien en dubbeldoelkoeien. De meeste landbouwers schakelden over op de commercieel interessantere kweek van dikbilkoeien terwijl voor de melkproductie werd gekozen voor het Holsteinras. Daardoor verminderde de belangstelling voor de dubbeldoelkoeien. Nu is het voortbestaan van het ras in gevaar. Dubbeldoelkoeien zijn nog uitsluitend te vinden in het Pajottenland en het Hageland, terwijl er ook nog een kleine populatie is in Wallonië en in het noorden van Frankrijk.

In het Hageland, op de gemengde boerderij ‘In de Zon' in Vissenaken, hoeden Dirk en An Rummens-Vandepoel 120 van deze zeldzame runderen. Ze grazen in de Velpevallei en worden gekweekt voor hun vlees en melk. De dieren worden gevoed met maïs, bierdraf van de brouwerij van Hoegaarden, perspulp van de Tiense suikerraffinaderij, voordroog gras en een kleine hoeveelheid krachtvoer van Europese grondstoffen. 's Zomers grazen de dieren van het weidegras. Een belangrijk verschil met het witblauwe vleesras is dat deze koeien nog normaal kunnen kalven en slechts uitzonderlijk een keizersnede nodig is. De dieren groeien traag, daardoor nemen ze langer smaakstoffen op. Terwijl dikbilkoeien al vanaf 19 maanden worden geslacht, gebeurd de slacht van dubbeldoelkoeien pas vanaf 3 tot 4 jaar. Daardoor heeft het vlees een donkerrode kleur en een volle smaak.

o
<
>

Adres

Aarschotsesteenweg 737, 3300 Vissenaken

Routebeschrijving