In de Vlaamse Ardennen specialiseert de slagers familie Van Hoe zich reeds generaties lang in de productie van Vlaamse gedroogde hespen. Deze hespen maakten deel uit van het “kuipvlees” of de gezouten vleeswaren die de grensarbeiders moesten helpen bij hun hard labeur in Wallonië en Noord-Frankrijk.
Reeds in 1892 startte Kamiel Van Hoe, overgrootvader van de huidige bestuurders, een slagerij op het kerkplein te Eine bij Oudenaarde. Onder de kerktoren was het destijds gebruikelijk dat een estaminet-feestzaal gecombineerd werd met een slagerij. Het huis had als uithangbord : "In 't hof van Vlaanderen - bij C. Van Hoe Slachter". De hespen kregen dan ook de merknaam St-Eloy, naar de patroonheilige van de parochiekerk te Eine.
Bij St-Eloy nv wordt de grondstof met zorg gekozen. Na een minimum periode van 40 weken rijpen en drogen met been, of langer al naargelang hun gewicht, krijgen de hespen hun rijke smaak.