“Spéculos” is een Belgisch gebak vermeldt de Larousse Gastronomique in 1934. Alleen zijn we het er in Vlaanderen nog niet over eens of het nu speculaas of speculoos is. Deze discussie gaan we hier niet voeren. Wat we wel zien is dat begin 20ste eeuw enkele bakkers zich specialiseerden als speculaasbakkers, zo ook de bakkersfamilie Vermeiren uit Puurs. Deze bakkers beleverden andere bakkers en kruideniers met speculaaskoekjes, ondertussen niet enkel meer een feestgebak, maar dagelijkse kost bij de koffie, het ontbijt of het vieruurtje. We weten allemaal waartoe dit geleid heeft.
De traditionele speculoos van Vermeiren heeft zijn authentieke structuur en smaak, licht gekruid met kaneel en muskaatnoot, behouden. Belgische speculaas is niet alleen lichter gekruid dan de Nederlandse speculaas, de keuze van kruiden is ook anders. Om zijn traditioneel karakter te vrijwaren respecteert het industriële productieproces de oude werkwijze. Zo wordt het deeg niet alleen traag gekneed maar ontwikkelde men ook een eigen systeem om de koekjes te ontvormen waardoor de structuur en smaak van de speculaas optimaal blijven.
Omstreeks 1955 werd op vraag van dokter-diëtist Cattersel het traditionele recept verrijkt met tarwezemelen en zo ontstond de variant Vermeiren voltarwe of integraal speculoos.